Keurmerken voor duurzame kleding uitgelegd: van GOTS tot OEKO-TEX
Wie op zoek gaat naar duurzame kleding, komt al snel […]
Wie op zoek gaat naar duurzame kleding, komt al snel verschillende keurmerken tegen. In de textielindustrie geven certificeringen zoals GOTS of OEKO-TEX inzicht in hoe producten worden gemaakt. Hoewel deze keurmerken elk hun eigen eisen hebben, zit er vaak ook overlap tussen. De werkelijkheid is alleen vaak complexer dan het lijkt: niet elke certificering betekent automatisch dat een product volledig duurzaam is. Certificeringen vormen wel een belangrijk hulpmiddel om het productieproces transparanter te maken.
Verschillende keurmerken, verschillende focuspunten
Om de grote hoeveelheid certificeringen te begrijpen, is het handig om te kijken naar de specifieke focus van een keurmerk. Sommige certificeringen richten zich op milieunormen en recycling, terwijl andere focussen op sociale omstandigheden of de veiligheid van het eindproduct. Certificeringen met milieunormen kijken vaak naar de uitstoot en de duurzaamheid van grondstoffen, zoals het gebruik van biologisch katoen.
Sociale keurmerken richten zich bijvoorbeeld op het waarborgen van goede arbeidsomstandigheden, zoals minimumloon, veiligheid en fatsoenlijke werktijden. Keurmerken gericht op de productveiligheid beoordelen bijvoorbeeld de veiligheid voor kinderen, de aanwezigheid van schadelijke stoffen en de slijtage van het materiaal over tijd.
Veel certificeringen combineren meerdere normen, zodat zowel mens, milieu, als productkwaliteit worden meegenomen. Om een duidelijker beeld te krijgen van hoe dit in de praktijk werkt, hebben we de meest voorkomende certificeringen en hun specifieke focus hieronder op een rij gezet.
Certificeringen uitgelegd
1. Global Organic Textile Standard
De Global Organic Textile Standard (GOTS) verstrekt twee keurmerken. ‘Made with organic’ betekent dat een kledingstuk uit minstens 70% biologisch geproduceerde materialen bestaat. Het ‘Organic’ keurmerk erkent dat een kledingstuk uit minstens 95% biologisch geproduceerde materialen bestaat. Daarnaast vereist een GOTS-certificering dat de volledige productieketen ook sociaal verantwoord is. Dit betekent dat iedere betrokken producent zich moet houden aan de ILO-normen (internationale afspraken over werkomstandigheden).
Het GOTS-keurmerk stelt bovendien grenswaarden aan de aanwezigheid van schadelijke stoffen in kleding en het gebruik van schadelijke stoffen tijdens de productie. De GOTS-certificering is zichtbaar op de labels en de verpakkingen van producten. In de praktijk wordt de GOTS vaak gezien als een van de meest complete textiel certificeringen, omdat het zowel milieu-gerelateerde als sociale eisen combineert en de volledige keten meeneemt.
2. Organic Content Standard
De Organic Content Standard (OCS) is een internationaal certificaat dat controleert hoeveel biologisch materiaal er in een textielproduct zit en of die vezels door de hele productieketen traceerbaar zijn. Het wordt beheerd door dezelfde organisatie als GOTS, Textile Exchange. Alleen kijkt OCS naar de inhoud en de traceerbaarheid door de keten, niet naar de arbeidsomstandigheden of het verfproces.
Er bestaan twee gerelateerde keurmerken binnen deze standaard. In beide gevallen zal de herkomst van de biologische vezels traceerbaar zijn.
- Organic 100 Content Standard: producten die voor minstens 95% uit gecertificeerde biologische vezels bestaan.
- Organic Blended Content Standard: producten met minimaal 5% biologisch materiaal. Het materiaal wordt hier vaak gemengd met polyester of andere vezels.
Voor de teelt gelden de Europese regels voor biologische landbouw. Geen kunstmest, geen synthetische bestrijdingsmiddelen en geen genetisch gemodificeerde zaden. Wat OCS nÃet doet, is eisen stellen aan chemicaliën in de verwerking of aan de arbeidsomstandigheden in de fabriek. Daarin verschilt het van GOTS.
Werk je met blends van biologisch katoen en polyester? Dan is OCS vaak de logische keuze. Geloofwaardige traceerbaarheid, zonder de volledige lat van GOTS.
3. Better Cotton Initiative
Het Better Cotton Initiative (BCI) richt zich voornamelijk op het verduurzamen van de katoenteelt. Het BCI laat boeren of plantages vrij in hun methodes en focust vooral op continue verbetering. Een plantage hoeft dan ook niet per se biologisch katoen te telen, maar moet aantonen dat het stap voor stap milieuvriendelijker wordt. Een product mag het BCI-label hebben als het katoen BCI-gecertificeerd is en het product voor minstens 30% uit katoen bestaat. Het BCI volgt net als de GOTS de ILO-normen. Het BCI focust zich vooral op het bereiken van verbetering op grote schaal. Daardoor wordt katoenproductie stap voor stap duurzamer, ook wanneer volledig biologisch katoen nog niet haalbaar is. Tegelijkertijd betekent dit dat BCI-katoen niet automatisch biologisch of volledig duurzaam is, maar eerder een stap in de richting van verduurzaming.
4. Business Social Compliance Initiative
Het Business Social Compliance Initiative (BSCI) controleert de arbeidsomstandigheden. Het BSCI is geen certificaat, maar een lidmaatschap. Fabrieken van aangesloten bedrijven worden gecontroleerd om te zien of zij aan de normen van het BSCI voldoen. Veel fabrieken voldoen al aan de eisen van het BSCI, maar de locaties die nog moeten verbeteren krijgen een bepaalde periode om verbeteringen te tonen. Het BSCI stelt voor hen een stappenplan op waarmee ze kunnen toewerken naar veilige arbeidsomstandigheden, het uitsluiten van dwang- en kinderarbeid, en het beschermen van het milieu.
Een BSCI-lidmaatschap geeft daarom geen garantie dat de arbeidsomstandigheden op dit moment al acceptabel zijn, maar laat zien dat de fabrieken werken om aan de voorwaarden van de BSCI te voldoen. Een BSCI-lidmaatschap is minder zichtbaar voor consumenten op labels of verpakkingen, maar wordt vaker gecontroleerd in B2B. Voor bedrijven betekent dit dat BSCI vooral een verbetertraject en risicobeheersing in de keten ondersteunt, in plaats van een eindgarantie.
5. OEKO-TEX STANDARD 100
De OEKO-TEX STANDARD 100 is een keurmerk met kwaliteitsnormen gericht op productveiligheid. Een OEKO-TEX-certificering controleert of textiel geen schadelijke stoffen bevat en veilig is voor huidcontact. Hierom wordt deze certificering veel gebruikt voor ondergoed en kinderkleding. In tegenstelling tot certificeringen zoals GOTS, die vooral kijken naar de impact op mens en milieu tijdens de productie, richt OEKO-TEX zich specifiek op de veiligheid van het eindproduct voor de consument.
6. Global Recycled Standard

De Global Recycled Standard (GRS) focust op het gebruik van gerecyclede materialen, zoals gerecycled katoen of gerecycled plastic voor polyester. Om te voldoen aan de GRS-certificering moet kleding gemaakt zijn van minstens 20% gerecycled materiaal. Om aan deze eis te voldoen, wordt de volledige productieketen gecontroleerd. Daarnaast vereist de GRS dat bedrijven goede arbeidsomstandigheden en veiligheid garanderen in hun fabrieken.
De GRS gaat dus over het hele producteproces, in plaats van alleen het materiaal van de kleding.
7. Fair Wear Foundation
De Fair Wear Foundation is gericht op het waarborgen van arbeidsomstandigheden binnen de kledingindustrie. Aangesloten merken verbinden zich voor de lange termijn en worden regelmatig gecontroleerd op hun inspanningen binnen de hele productieketen. Fair Wear Foundation probeert met strenge normen de negatieve impact van fast-fashion op arbeidsomstandigheden tegen te gaan. Fair Wear richt zich daarbij sterk op het verbeteren van lonen, werkomstandigheden en de vrijheid van vakbondsverenigingen.
8. EU Ecolabel
Het EU Ecolabel is het officiële Europese milieukeurmerk voor non-foodproducten en diensten. Voor textiel stelt het keurmerk eisen aan het gebruik van duurzamere vezels, zoals minimaal 10% biologisch katoen en gerecycled polyester, het vermijden van schadelijke chemicaliën, een lage uitstoot tijdens productie en een lange levensduur van het product. Daarnaast gelden er ook basisvoorwaarden voor arbeidsomstandigheden, zoals een minimumloon, veilige werkomstandigheden en het verbod op kinder- en dwangarbeid. Het EU Ecolabel combineert daardoor meerdere duurzaamheidsaspecten in één keurmerk en wordt binnen Europa gezien als een betrouwbaar milieukeurmerk.
Vergelijk de verschillende keurmerken
De volgende tabel geeft een duidelijk overzicht van de focus van verschillende certificeringen:
REACH: de EU-wet achter veilig textiel
Naast de bovenstaande keurmerken bestaat er ook EU wetgeving die de chemische veiligheid van textiel regelt: REACH. De wet geldt voor alle textiel op de Europese markt. De REACH regelgeving zorgt ervoor dat de chemische stoffen in consumentenproducten worden vastgelegd en de hoeveelheden. Bij gaat het vooral om azo kleurstoffen, formaldehyde, ftalaten, zware metalen en nikkel in ritsen en drukknopen.
Het verschil met OEKO-TEX 100? OEKO-TEX is een vrijwillig keurmerk met vaak strengere grenswaarden dan de wet. REACH is de wet zelf. Beide werken naar hetzelfde doel, veilige producten voor de consument.
Bij Bemontex testen wij onze textielproducten actief op schadelijke stoffen. Zo weet jij zeker dat het product dat je in handen hebt voldoet aan de regels.
Hoe betrouwbaar zijn keurmerken?
Keurmerken en wetten maken de textielindustrie overzichtelijker, maar ze vragen ook om een kritische blik. Ze hebben ieder hun eigen focus, of dat nu milieu, mensenrechten of veiligheid is. Een keurmerk vertelt daarom zelden het volledige verhaal.
Tegelijkertijd dragen keurmerken bij aan meer inzicht in de productieketen, waardoor duidelijker wordt hoe kleding wordt gemaakt en onder welke omstandigheden. Zo wordt het stap voor stap makkelijker om te zien wat er achter de schermen van de kledingindustrie gebeurt.
Meer weten?Â